Terug naar het begin – campings in Grau d'Agde
Gepost op 13 juli 2025 door Virginie

Narbonne – geschiedenis en gezelligheid in de lentezon
Vanaf Grau d’Agde is het een prima ritje naar Narbonne, en op deze mooie voorjaarsdag hadden we er zin in. We parkeerden de auto vlak bij het centrum in een grote parkeergarage en wandelden zo het historische centrum van de stad in.Onze eerste stop was het aartsbisschoppelijk paleis, een indrukwekkend complex oude gevels en middeleeuwse sfeer. Hier bevindt zich ook de Donjon Gilles Aycelin. We beklimmen de toren – een flinke klim met ruige stenen trappen en leuningen van touw, maar het uitzicht over de stad en het omliggende landschap is de moeite zeker waard. Boven zie je hoe de stad zich uitstrekt richting het zuiden, met in de verte de glinstering van het Canal de la Robine.


Direct naast het paleis staat de imposante kathedraal Saint-Just et Saint-Pasteur (13e eeuw). Hoewel het bouwwerk nooit is afgebouwd maakt het hele gebouw diepe indruk op ons. Zo ook het interieur: ontzettend hoog, met diffuus licht en stil, met prachtige glas-in-loodramen.
Wanneer je dan het plein achter de kathedraal weer op loopt bij het aartsbisschoppelijk paleis ligt daar een stukje van de oude Via Domitia, de Romeinse weg die hier ooit door de stad liep. Een stukje geschiedenis wat op deze manier mooi bewaard is gebleven.

Rond lunchtijd vonden we een tafeltje bij Le Petit Péché, een klein restaurantje met een terras pal naast de kathedraal. Een schot in de roos. Ondanks de drukte en het feit dat er maar twee dames de hele zaak runden, was de sfeer ontspannen. De bediening was vriendelijk en de gerechten verrassend mooi opgemaakt en heel erg lekker. Dit soort plekjes maken een dag echt compleet.

Na de lunch wandelden we verder door de stad. Over de Cours Mirabeau, een brede promenade met platanen en terrasjes. Daarna even naar binnen bij Les Halles, de overdekte markt van Narbonne. Zelfs als je er niets koopt, is het leuk om te kijken en ruiken: kazen, olijven, oesters, kruiden – de Zuid-Franse keuken komt hier tot leven.


Als laatste bezochten we het Roman Horreum, een ondergronds gangenstelsel uit de Romeinse tijd (eerste eeuw V.C.) dat ooit als opslagplaats werd gebruikt, waarschijnlijk voor de markt daarboven. De gangen en kamers liggen onder de stad verscholen en geven een goed beeld van het leven in het oude Narbo Martius, zoals de stad toen heette.


Aan het eind van de middag zochten we nog even de rust op langs het water van het Canal de la Robine, met een ijsje op een bankje. Narbonne is een fijne mix van geschiedenis, levendigheid en sfeer. Wij waren blij dat we de moeite genomen hadden om deze stad te bezoeken, het was een heerlijke dag met bijzondere ontmoetingen zowel boven de grond als onder de grond.